Raster 123/124: het einde
- 416 pages
- 15 hours of reading




Measuring the World marks the debut of a glorious new talent on the international scene. Young Austrian writer Daniel Kehlmann’s brilliant comic novel revolves around the meeting of two colossal geniuses of the Enlightenment.Late in the eighteenth century, two young Germans set out to measure the world. One of them, the aristocratic naturalist Alexander von Humboldt, negotiates jungles, voyages down the Orinoco River, tastes poisons, climbs the highest mountain known to man, counts head lice, and explores and measures every cave and hill he comes across. The other, the reclusive and barely socialized mathematician Carl Friedrich Gauss, can prove that space is curved without leaving his home. Terrifyingly famous and wildly eccentric, these two polar opposites finally meet in Berlin in 1828, and are immediately embroiled in the turmoil of the post-Napoleonic world.
Gustav Herling was student toen hij in 1939, kort nadat de oostelijke helft van Polen door het sovjetleger was bezet, werd gearresteerd door de Russische geheime dienst. Over de twee jaar die hij in het gevangenkamp doorbracht schreef hij 'Een wereld apart'. Dit aangrijpende en unieke document van een van de grootste Poolse schrijvers van de twintigste eeuw verschijnt nu na vijftig jaar voor het eerst in Nederlandse vertaling. Na al die tijd heeft het nog niets van zijn authenticiteit, zijn kracht en zijn vreemde schoonheid verloren. Net als Varlam Sjalamov schreef Herling een mengvorm van reportage, verhaal, analyse en beschouwing. Een vorm die dit soort verhalen een eigen plaats geeft in de moderne literatuur. Herling was een nauwgezet waarnemer, met oog voor detail en voor grote verbanden. Met de titel verwees hij naar Dostojevski's 'Aantekeningen uit het dodenhuis: Binnen de omheining was een aparte wereld, anders dan die wij kennen, met eigen wetten, eigen zeden en gewoonten. Dit is het huis van de levende doden - een apart leven en mensen als nergens anders'.
Wie de grote (inmiddels bijna allemaal vertaalde) studies van Michel Foucault o.m. over de geschiedenis van de waanzin, kent, zal bij het lezen van zijn opstellen over literatuur op verrassingen stuiten. Niet alleen blijken in deze opstellen uit de jaren '60, de grote thema's al in kort bestek aan de orde te komen; bovendien komt Foucault tot de ontdekking dat de belangrijkste problemen van de hedendaagse filosofie al eerder in de moderne literatuur verwoord zijn, door auteurs als Maurice Blanchot, Georges Bataille en Pierre Klossowski. Er is geen theoreticus die zo principieel over moderne literatuur heeft nagedacht als Foucault. De moeilijkheid is dat van de behandelde auteurs - Hölderlin, Bataille, Klossowski, Blanchot, Roussel - weinig is vertaald; Flaubert en Sade vormen een uitzondering. Ook zijn de opstellen niet bedoeld als inleidingen op hun werk; het gaat om, literatuurfilosofie, een in Nederland weinig beoefende genre. Dar staat tegenover dat er sinds enkele jaren een toenemende belangstelling voor de betreffende auteurs is waar te nemen. In dat bestek zijn Foucaults opstellen onmisbare steutelteksten.