Dit is een roman over het wel en wee van de baggeraars uit Sliedrecht. Over mensen die met moed en inventiviteit nieuwe wegen durfden te bewandelen en daarmee bijdroegen aan Nederlands wereldfaam op het gebied van de waterbouwkunde. Een boek dat laat zien waarin een klein land groot kan zijn. De titel is afkomstig van Herman de Man, die het materiaal voor dit boek verzamelde. Voor hij het manuscript gereed had kwam hij om bij een vliegramp op Schiphol (1946). Norel heeft toen op zich genomen het boek te voltooien.
Herman de Man Book order (chronological)





Karaktertekening van een eenvoudige rechtschapen boer in het polderland van Lek en IJssel.
Gieljan Beijen, selský syn, jediný ze tří bratří, který se vzepře panovačné ruce ovdovělé matky a po mnoha oklikách a scestích dospěje k největšímu okamžiku svého života, k boji, jejž vede jako vrchní dozorce hrází proti katastrofálnímu přívalu ohrožujícímu holandskou krajinu, stará selka, která až do smrti nepustí z rukou otěže vlády nad hospodářstvím i nad dětmi - to jsou hlavní postavy dramatického románu, které dorůstají monumentální velikosti, hodné světového autora.