J. Rentes de Carvalho's literary work delves into themes of identity, migration, and cultural displacement, exploring the complexities of the human experience across various settings. His style is characterized by keen introspection and a rich use of language that captures the subtle nuances of human relationships and societal dynamics. Having lived in exile in Brazil, New York, and Paris before settling in Amsterdam, his perspective is shaped by a unique understanding of belonging and otherness. Carvalho is dedicated to the art of storytelling, and his writing reflects a profound contemplation of life and the world.
Ernestina é mais do que um romance autobiográfico ou um volume de memórias de família ficcionadas. É um retrato de Trás-os-Montes, dos anos 1930 aos anos 1950, um romance que transcende o relato regionalista e que transpôs fronteiras, transformando-se num fenómeno editorial na Holanda. Ernestina é também o nome da mãe do autor e da intrépida protagonista deste livro.
In 1956 kwam J. Rentes de Carvalho naar Amsterdam. Aanvankelijk gaat, werkend en levend in de beschutting van de Braziliaanse ambassade, de Nederlandse cultuur volledig langs hem heen. Wanneer hij echter weigert mee te doen aan 'een diplomatieke manipulatie die je reinste diefstal was', komt hij op straat te staan. In het eerste hoofdstuk staan Carvalho's ervaringen gedurende die merkwaardig gesloten jaren op de Braziliaanse ambassade centraal. De rest van dit laconiek geschreven boek beschrijft zijn nieuwe Nederlandse carrière en zijn pogingen zich te handhaven in onze merkwaardige samenleving. In Waar die andere God woont wordt Nederlanders op een venijnige maar ook vrolijke wijze een spiegel voorgehouden die de zelfgenoegzaamheid van de Nederlander meedogenloos toont. Een onontkoombaar beeld van Nederland.
Uitersten trekken elkaar aan, zegt het spreekwoord, maar het verzwijgt dat ze meestal recht tegenover elkaar staan en elkaar vaak vernietigen. Amadeu, bijgenaamd de Kat, trekt vanuit zijn afgelegen Portugese dorp naar Amsterdam, waar hij in de haven gaat werken en een kortstondige verhouding heeft met een rijkeluisdochter uit de Grachtengordel. Hij kan dan nog niet bevroeden dat die hem in meer dan een opzicht fataal zal worden, en later een grote invloed zal uitoefenen op het leven en de verlangens van velen die, zoals een jeugdvriend aan wie hij het verhaal ervan vertelt, slechts in hun fantasie kunnen ontsnappen aan de wanhoop en eenzaamheid van het bekrompen wereldje waarin hun bestaan zich afspeelt. Nu eens liefdevol en ongeremd in lust en erotiek, dan weer kil en onverschillig, kwetst de Hollandse minnares sommigen en geeft ze anderen de illusie dat liefde bestaat. En die laatsten vernietigt zij definitief, want eerst geeft zij voedsel aan hun dromen en dan, wanneer ze hen verlaat, ontneemt ze hun voorgoed de hoop.