Adaption is everything, something Frau Lohmark is well aware of as the biology teacher at the Charles Darwin High School in a country backwater of the former East Germany. A strict devotee of Darwin's evolution principle, Lohmark views education as survival of the fittest: classifying her pupils as biological specimens and scorning her colleagues for indulging in 'favourites'. However, as people move West in search of work and opportunities, the school's future is in jeopardy and the Lohmark is forced to face her most fundamental lesson: she must adapt or she cannot survive.
In het najaar van 1945 vlucht een vrouw met haar zevenjarige zoontje voor de Russen naar het Westen. Op een klein treinstation in Oost-Duitsland rusten ze uit. Helene heeft haar kind door de moeilijke oorlogsjaren gesleept, maar nu alles achter de rug lijkt, laat ze hem alleen achter op het perron en komt niet meer terug. Julia Franck verkent het leven van een vrouw dat wordt vermalen door de turbulente gebeurtenissen van die tijd. De vader van de verteller overleed jong, en wat ze over hem weet, is beperkt. Zijn moeder liet hem achter met de belofte terug te komen, maar hij wachtte tevergeefs. Dit gegeven is zowel familielegende als griezelverhaal. Wat drijft een moeder tot zo'n besluit? Helene, een verpleegster met een ongebruikelijke opleiding voor haar tijd, wordt het onderwerp van de zoektocht van de verteller. Hoewel ze enkele sporen van haar leven vindt, blijkt dat sporen alleen geen verhaal vertellen. Ze geeft Helene een naam en moet haar karakter en ervaringen zelf bedenken. De verteller onderzoekt de verwachtingen en hindernissen voor vrouwen in die tijd, en hoe zij hun leven en identiteit vormgeven. Hoe meer ze zich in Helene verliest, des te beter begrijpt ze de keuze die ze maakte. Ze wil Helene niet veroordelen, maar haar verhaal zo nauwkeurig mogelijk vertellen.
Karl Schlögel reisde al lang voordat de Berlijnse Muur viel naar de belangrijkste steden van Oost-Europa, toen het Oostblok voor de meeste West-Europeanen terra incognita was. Sinds 1989 is er weinig aan die onwetendheid veranderd. Schlögel probeert zowel de gemeenschappelijke geschiedenis van Oosten West-Europa te ontdekken, alsook de veranderingen in de grote Oost-Europese steden in kaart te brengen. Hij reist naar Kaliningrad en Czernowitz, de geboortesteden van wereldberoemde denkers en dichters. Hij laat zien hoe sporen van het oude, vooroorlogse Europa worden opgegraven en opgepoetst – het Bauhaus in Brno, jugendstil in Budapest. En hij richt zijn blik op provinciesteden zoals Marjampole in Litouwen, waar één keer per week de grootste tweedehandsautomarkt van Europa wordt gehouden, en waar Oost-Europa van oude auto’s uit het westen van het continent wordt voorzien. Juist in zulke steden is sinds 1989 een onzichtbare band tussen Oost en West ontstaan.Als vrucht van bijna dertig jaar reizen naar en schrijven over Oost-Europa biedt Steden lezen een rijk geschakeerde verzameling essays en reportages over het nog altijd onontgonnen terrein achter het voormalige IJzeren Gordijn