Erwin Mortier is a Flemish poet and writer. His work is characterized by a keen insight into the human psyche and social relationships. Mortier's style is often described as lyrical and introspective, frequently delving into themes of memory, identity, and transience. Readers appreciate his ability to evoke complex emotions and atmosphere with a delicate linguistic sensibility.
Exploring themes of protection and solace, this publication delves into De Bruyckere's recent artwork inspired by the angelic figure, conceived during the isolation of the COVID-19 pandemic. It reflects on the emotional and psychological impacts of the crisis, showcasing how art can provide comfort and connection in times of loneliness.
One day, the author's mother no longer remembers the word for 'book'. This seemingly innocuous moment of distraction is the first sign of the slow disintegration of her mind. As Alzheimer's disease sets in and language increasingly escapes her, her son attempts to gather the fragments of what she has become, writing a moving, loving chronicle of the gradual descent into dementia of someone who 'no longer knows who she is, where she is or what will happen'.
De moeder van Erwin Mortier lijdt aan alzheimer. Ze heeft geen wilsbeschikking gemaakt en geleidelijk wordt ze door de ziekte overmeesterd. De zoon heeft dit wrede proces vastgelegd in een literair en universeel meesterstuk dat veel verder reikt dan het ziekbed van zijn moeder. Gestameld liedboek is een rauwe en tegelijk tedere elegie over ouders en kinderen, liefhebben en verlies, over afscheid nemen en herinneren.
Terwijl de wereld ten prooi valt aan onze beschaving en de mens zijn zintuig voor esthetiek dreigt te verliezen, staat de dichter op in de stellige overtuiging dat niets minder dan schoonheid de wereld kan redden van de welig tierende haat.In Precieuze mechanieken neemt Erwin Mortier het op tegen de lelijkheid en zoekt hij de taal in al haar schoonheid op. Hij trekt alle registers open en wisselt barokke gedichten af met kale en speelse met ernstige, terwijl hij toont wat de lyriek vermag. Hij knipoogt naar Flaubert, Zagajewski en andere dierbare schrijvers die hij als zijn literaire vaders beschouwt. Ook richt Mortier zich, net als in zijn pijnlijk mooie roman Gestameld liedboek, tot zijn overleden moeder om zijn hart te luchten. In de slotcyclus spreekt zij terug, biedt hem een inkijk in het hemelrijk en stelt haar zoon gerust.
Wenn die Lehrerin in die Dorfschneiderei kommt, um sich von der Großmutter "was Neues" nähen zu lassen, sitzt deren Enkel im Stoffballenversteck und sieht gebannt zu. Es wäre sterbenslangweilig auf dieser Welt, gäbe es die Anproben nicht - und nicht die Geburtstage und Besuche der Verwandtschaft, bei denen mit Leidenschaft Nachbarn, Müllers Kuh, Kartoffelernte und Familienmitglieder durchgenommen werden. Oder, nach drei Gläschen, Marcel. Marcel, der nie heimgekehrt ist nach Flandern in seiner schwarzen Uniform und im Silberrahmenfoto einmal die Woche sorgfältig abgestaubt wird, ruiniert die Feststimmung gründlich. Schnell werden Rechnungen aufgemacht, wer wen damals "an die Deutschen verkauft" hat und "deswegen heute Mercedes fährt" - aber warum lasst ihr Marcel nicht in Ruh, fragt der Enkel die Großmutter, und die sagt, ach, das ist eine ganz besondere Geschichte mit meinem Bruder. Erwin Mortiers preisgekrönter Roman erzählt von einer Familie, die nicht zueinanderkommt wegen "di eser schiefen Vergangenheit", und von einem Jungen, der alles tut, um hinter Marcels Geheimnis, hinter die Geheimnisse der Erwachsenen zu kommen. Mit Marcel ist Mortier ein "sprachliches Meisterwerk" gelungen und das Kunststück, ein verschlafenes Dorf und eine sehr wache Großmutter auf 150 Seiten zum Mittelpunkt der Welt zu machen.
Edgard Demont, geboren uit de modder van de Eerste Wereldoorlog, keert gewond en gehavend terug naar een vaderland dat nooit meer hetzelfde zal zijn. Minnaars helpen hem te leven met kwetsuren die dieper gaan dan de littekens in zijn vlees. Ondertussen moet hij machteloos toezien hoe de wereld voor nieuwe waanbeelden bezwijkt en verse nachtmerries worden voorbereid. Zijn bespiegelingen schetsen het zelfportret van een man die voor de geschiedenis wil wegkruipen in de liefde en in het verlangen, waarvan hij de glorie bezingt en de broosheid beseft. Erwin Mortier (1965) debuteerde in 1999 met de roman Marcel (bekroond met onder meer de Literatuurprijs Gerard Walschap). In 2008 verscheen zijn roman Godenslaap, die zijn doorbraak betekende naar het grote publiek en werd bekroond met de AKO Literatuurprijs 2009.
Een stokoude vrouw die de dood voelt naderen blikt terug op haar kinderjaren, de liefdes die ze heeft gekend, haar huwelijk en de jaren van de Eerste Wereldoorlog die ze met haar moeder en haar broer in Frankrijk doorbracht. Gaandeweg ontstaat een intiem panorama van België, haar onduidelijke vaderland. Aan geen van de gebeurtenissen wil ze meer nadruk geven dan aan andere. Ze hunkert slechts naar een oneindig lange zin, "die al wat er is in zich opneemt, zoals een hofdame uit de pruikentijd, in wier lokken een armada van parels kapseist, haar talloze rokken optilt terwijl ze de trappen van de opera betreedt – of de ladder naar het schavot." Godenslaap, de vijfde roman van Erwin Mortier, speelt zich af op het raakvlak tussen de grote geschiedenis en de kleine mensenlevens, tussen taal en wereld, verbeelding en werkelijkheid, tussen geschiedschrijving en verhalend proza.
'Mijn vader tilt me op, hij laat de lucht in mijn blonde lokken fluiten en gooit me steeds hoger uit zijn handen. Mijn middenrif verkrampt. Ik hoor mezelf meer schreeuwen dan schateren terwijl ik zijn handen verlaat en me alleen door de lucht omringd weet. Wat zal hij geroepen hebben, "Hopla, Joris, vliegen"? Het valt niet van zijn lippen af te lezen. Ik weet niet wie de foto genomen heeft, wie me als een bange engel boven zijn vingers voorgoed in het ijle heeft laten hangen.'