De Leeslijst - 10: Gstaad 95-98
- 303 pages
- 11 hours of reading
Een jongeman bereidt zich voor op zijn glansrol als sommelier in een grand hotel in Gstaad.
This is a heteronym of Arnon Grunberg. His works delve into complex ethical questions and human psychology.




Een jongeman bereidt zich voor op zijn glansrol als sommelier in een grand hotel in Gstaad.
Mensen die niets kunnen worden, moeten worden wat ze spelen. Dat is voor de jonge François Lepeltier de kern van het overleven. In een onbewaakt ogenblik werd hij verwekt, op kamer 17 van een hotel in Heidelberg. Moeder Mathilde was negentien, meer een kind dan een mama, meer een oudere zus dan een moeder. Vader Lepeltier handelde in dons, voornamelijk ganzenveren. Zij scheelden 38 jaar, maar voor de liefde is dat niets. In de stilte van de woonkamer van een pension in het Duitse Baden-Baden bereidt de jonge François zich voor op de rol die zijn glansrol zal worden: sommelier van het vermaarde Palace Hotel, hoog in de bergen van het Zwitserse Gstaad. Maar wie zo hoog gestegen is, kan alleen nog maar vallen. En hoe.
De liefde, is daar al niet alles over gezegd? Als je Monogaam gelezen hebt is de conclusie: nee. Marek van der Jagt schreef een verhaal dat het midden houdt tussen een overpeinzing en een vertelling waarin de ik-persoon als een moderne Don Juan reflecteert over de liefde. Op de van Van der Jagts bekende ironische wijze geeft de auteurin oneliners en fraai geformuleerde gedachten beetje voor beetje zijn visie prijs. Hij gaat relaties aan met verschillende vrouwen en probeert zo de essentie van de liefde te doorgronden. Maar als het spel ernst wordt , blijkt de liefde ook een kwelling te kunnen zijn. Wat uiteindelijk rest is een vorm van monogamie: de eenzaamheid. ‘Mijn leven wilde zich niet voegen naar mijn idee? Die idee?waren leefbaar, en dat mkon van het leven niet altijd gezegd worden.’
Hoe voelt het als je leugen de waarheid van de rest van de wereld wordt, een waarheid die zelfs de kranten haalt? In het begin voelt het nog onbehaaglijk, maar die onbehaaglijkheid is van korte duur. Van onbehagen kom je makkelijker af dan van een tamme veldmuis. In De geschiedenis van mijn kaalheid vertelt de Weense filosofiestudent Marek van der Jagt over zijn zoektocht naar de amour fou. Hij heeft gezien wat zijn ouders van hun huwelijk hebben gemaakt en hij wil in plaats daarvan een liefde ‘die niet tot geluk leidt, die niets met geluk te maken wil hebben en die toch de moeite waard is’. Na een tumultueuze nacht met twee Luxemburgse meisjes, die hem doet beseffen dat zich tussen zijn benen slechts een `visgraat’ bevindt ‘ter grootte van een teen’, vindt hij Mica, de manke accordeoniste van cocktailbar De Vier Rozen, die samen met haar broer het chemisch reinigen in Wenen groot heeft gemaakt.