Het A.P. Beerta-Instituut, het vierde deel van Het Bureau, beslaat de jaren 1975-1979. Na Beerta's uitschakeling komt de verantwoordelijkheid voor de afdeling volledig bij Maarten Koning te liggen. Zijn eerdere acties hebben de situatie bemoeilijkt; de Europese Atlas is op het congres in Hongarije gedoemd en de samenwerking met Vlaamse redacteuren van Ons Tijdschrift is door zijn kritiek op Pieters' opvattingen vrijwel onmogelijk geworden. De noodzaak om het vak nieuw leven in te blazen en met een klein team een tijdschrift te vullen, verhoogt de werkdruk, wat spanningen tussen Maarten en zijn medewerkers veroorzaakt en scheuren binnen de afdeling zichtbaar maakt. Tegelijkertijd neemt de druk van buiten toe, met bezoeken van het hoofd van de afdeling Wetenschapsmanagement die dreigen met bezuinigingen. Het Hoofdbureau stelt steeds hogere eisen aan samenwerking en verantwoording, en benoemt een Wetenschapscommissie om toezicht te houden. Maarten krijgt meer verantwoordelijkheden en kan tijdrovende bestuursfuncties niet afslaan, wat hem aan zijn grenzen brengt. Ondanks de grimmige sfeer zijn er momenten van saamhorigheid, verdriet en vrolijkheid. Het slot, waarin de afdeling zich tijdens een uitstapje in Drente hecht aaneensluit en zich als A.P. Beerta-Instituut laat vereeuwigen, biedt een schijn van een zonniger toekomst, wat in de volgende delen zal blijken.
Johannes Jacobus Voskuil Book order (chronological)



Het Bureau - 3: Plankton
- 829 pages
- 30 hours of reading
J. J. Voskuils Monumentale roman 'Het Bureau' is literatuur geworden uit het kantoorleven, zoals velen het kennen. De dagelijkse sleur in het kantoor van Maarten Koning blijft ook in de jaren 1972–1975 somber en eentonig. De hardwerkende en minder hardwerkende volkskundigen in Amsterdam zijn meestal met zichzelf bezig of spinnen intriges. Ondertussen dienen de catastrofes zich al aan: de voortdurende ergernis met professor Pieters uit Antwerpen over de redactielijn van het gezamenlijke tijdschrift of de eigenzinnige beslissing van Maarten om, zonder medeweten van directeur Balk, voor de traditionele nieuwjaarskaart van het bureau een 'Brummtopf' als motief te kiezen – een beslissing waarvoor hij bitter moet boeten. Tenminste wordt er een film over oude agrarische tradities afgerond, al met kleine schoonheidsfoutjes: een van de protagonisten is vergeten zijn horloge af te doen, een ander draagt een sportieve hoed. Ook privé heeft Maarten het nodige te verwerken: zijn vader sterft, en ook voor de voormalige bureau-directeur Beerta loopt het jaar niet goed af…
Dit tweede deel van Het Bureau, Vuile handen, beschrijft de jaren tussen 1965 en 1973. Buiten woeden het Bouwvakkersoproer, de Maagdenhuisbezetting en de Vietnam-demonstraties. Het Bureau zelf groeit uit zijn voegen en verhuist naar een oud bankgebouw aan de Amsterdamse Keizersgracht. In een conflict met het Hoofdbureau over samenwerking met een Zuid-Afrikaans Instituut voor Volkscultuur neemt Maarten Koning bijna zijn ontslag. De gepensioneerde directeur Anton Beerta blijft achter de schermen actief. Hij haalt Maarten tegen zijn zin in de Vlaams-Nederlandse redactie van Ons Tijdschrift en splitst hem een onmogelijke opdracht in de maag voor de Europese Atlas voor Volkscultuur. Als Maarten zich tijdens een congres van die opdracht tracht te bevrijden, maakt hij zichzelf onbedoeld tot spreekbuis van de jongere congresleden. Dit geeft hem het gevoel in een fuik te zijn gezwommen